Bezig met laden...

De Super EcoCombi door de bril van een infrastructuurbeheerder | CATALYST Living Lab | DMI

home "»" Community's "»" CATALYST Living Lab "»" artikelen "»" De Super EcoCombi door de bril van een infrastructuurbeheerder
CATALYST Living Lab

Verlaat Community:

Weet je zeker dat je je lidmaatschap wilt verwijderen van

Word lid van deze Community:

Lid worden van deze community?

Navigatie-item bewerken

Vereist De naam die in de navigatie van de Community verschijnt.
Vereist
Vereist
Vereist De url kan verwijzen naar een interne of externe webpagina.
 
Login als je wilt volgen, delen of deelnemen in deze Community.
Nog geen lid?Registreer je Nu
De  Super EcoCombi door de bril van een infrastructuurbeheerder

De Super EcoCombi door de bril van een infrastructuurbeheerder

 /5
0 (0stemmen)

In het CATALYST Living Lab onderzoeken, ontwikkelen en versnellen partners innovaties op het gebied van Connected & Automated Transport. In CATALYST komen partijen bij elkaar om vanuit verschillende invalshoeken mee te denken, en samen stappen te zetten.

De Super EcoCombi (SEC) is een voorbeeld van zo’n innovatie, waarbij zowel partners vanuit de transportsector als infrastructuurbeheerders betrokken zijn (naast voertuigfabrikanten, overheden, belangenorganisaties en kennis- en onderwijsinstellingen). Dit artikel beschouwt de casus van de SEC vanuit het perspectief van infrastructuurbeheerders. Net als de transportsector zien infrastructuurbeheerders de potentiele voordelen van de SEC. Tegelijkertijd zijn er ook vragen over de mogelijke impact van dit voertuigconcept op de infrastructuur, de veiligheid van infrastructuur, het beheer en onderhoud, en de kosten? Wat zijn deze consequenties en hoe kan hier  met partijen gezamenlijk aan gewerkt worden?

Efficiënter en duurzamer goederenvervoer met de Super EcoCombi

De SEC is een lange vrachtwagencombinatie die bestaat uit (1) een trekker, (2) een dolly (onderstel), en (3) twee standaardtrailers. Daarmee wordt de totale lengte ongeveer 32 meter – aanzienlijk langer dan een normale trekker-trailer combinatie van 16.50 meter of een Langere en Zwaardere Vrachtautocombinatie (LZV) van 25.25 meter.

Figuur: voorbeelden van de Super EcoCombi.

Met de SEC kan meer lading vervoerd worden met een trekker. Dat maakt de SEC efficiënt en duurzaam. In een Zweedse proef op het traject Gothenburg-Malmö is de SEC vergeleken met twee standaard trekker-trailercombinaties. Hieruit kwam naar voren dat als de SEC effectief wordt ingezet, deze minder chauffeurs vraagt, minder ruimte op de weg vraagt (40% minder), en minder CO2 uitstoot (27% minder). Doordat met grotendeels standaard materieel gereden wordt, is ook de aansluiting op multimodaal transport beter.

In Nederland zijn proeven gepland met de SEC, waarbij gereden zal worden op één of meerdere trajecten. In deze proeven wordt gekeken naar de efficiëntie die behaald wordt en uiteraard ook naar de veiligheid. Veiligheid is immers een voorwaarde.      

In de proef wordt daarnaast ook aandacht besteed aan het effect van dergelijke  voertuigen op de conditie en de onderhoudsbehoefte van de infrastructuur (wegen, bruggen en viaducten). Nieuwe transportconcepten zoals de SEC bieden enorme kansen, maar tegelijk hebben ze een impact op de infrastructuur.

Veilige en beschikbare infrastructuur als voorwaarde

Infrastructuur – wegen, bruggen, viaducten – zijn van wezenlijk belang voor een goed werkende transportsector. Zonder veilige infrastructuur die (bijna) altijd beschikbaar is, kan de transportsector niet maximaal presteren. Het gaat over enorm veel kapitaalgoederen: voor de Nederlandse Rijkswegen betreft het meer dan 5.000 kilometer weg (CBS, 2018) en duizenden bruggen en viaducten. Voor het onderliggend wegennet gaat het om nog meer infrastructuur.

Nederland beschikt over goede infrastructuur: infrastructuurbeheerders dragen zorg voor de veiligheid en de beschikbaarheid van het (hoofd)wegennet is hoog. Dit staat echter wel onder druk. Veel infrastructuur is aangelegd in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw en raakt inmiddels op leeftijd. De invloeden van het weer, milieu en het gebruik door voertuigen bepalen de mate waarin de infrastructuur kan blijven doen wat het moet doen: duurzaam en veilig verkeer afwikkelen. Wegbeheerders spreken op dit moment van één van de grootste onderhouds-,  vervangings- en renovatieopgave ooit.

Voor de aanstaande praktijkproeven met de SEC kijkt wegbeheerder Rijkswaterstaat naar de corridor Europoort (Rotterdam) – Maasbree (Venlo). Hierbij wordt gekeken naar circa 200 kilometer Rijksweg en circa 200 bruggen en viaducten.

Figuur: corridor Europoort - Venlo (via A16) met daarin de bruggen en viaducten van Rijkswaterstaat die onderzocht moeten worden.

De vragen waar een infrastructuurbeheerder mee wordt geconfronteerd

Bij het besluitvormingsproces voor nieuwe type voertuigen moeten infrastructuurbeheerders aangeven of er bepaalde bezwaren zijn, bijvoorbeeld ten aanzien van de veiligheid en onderhoudskosten van de weginfrastructuur.

Infrastructuurbeheerders zoals Rijkswaterstaat moeten bij de besluitvorming voor de SEC antwoord geven op welke consequenties het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kan verwachten. Zijn er aanpassingen aan de infrastructuur nodig? Wordt de bestaande en/of toekomstige infrastructuur zwaarder belast? En wat betekent dit voor de beschikbaarheid van het wegennet en de kosten?

Kijken door de bril van een infrastructuurbeheerder

Om de consequenties van de invoering van de SuperEco Combi te bepalen kijkt een infrastructuurbeheerder naar het voertuig zelf, naar hoe de samenstelling van het verkeer zou kunnen wijzigen en naar de infrastructuur die in beheer is.

In vergelijking met reeds toegestane voertuigen (zoals de LZV) laat de  SEC relatief lage aslasten zien, ook is het gemiddelde gewicht over de voertuiglengte lager dan die van voertuigen die al zijn toegestaan. Dat is voor de infrastructuur in principe positief.

Echter moet ook gekeken worden naar de samenstelling van het verkeer. Want ook dit bepaalt welke belastingeneffecten optreden. Ook is het van belang hoeveel SEC’s er op termijn gaan rijden, en of dit aanvullend op, of ter vervanging van het huidige vrachtverkeer is (een verkennend onderzoek van de Topsector Logistiek, BCI en CE Delft komt tot een inschatting van 2000 tot 6000 SEC-ritten per dag in 2030[1]). Infrabeheerders houden bij hun ontwerp rekening met een trend in de verkeersbelasting omdat bruggen en viaducten meerdere decennia mee moeten gaan. De vraag is of het toestaan van SEC’s een onvoorziene sprong in deze trend veroorzaakt, waardoor bruggen en viaducten minder lang mee gaan.

Verder vervangt een SEC twee andere voertuigen, namelijk: twee trekker-oplegger-combinaties. Onder normale omstandigheden houden voertuigen afstand van elkaar. Bij de SEC is die afstand logischerwijs korter en vast. Dat levert andere scenario’s van belastingen op bij bruggen en viaducten. De belasting van twee ladingen zitten nu dichter op elkaar dan wanneer deze verdeeld zou zijn over twee voertuigen met een bepaalde volgafstand. Ook de constructie en huidige staat van bruggen en viaducten spelen een rol, en de belastingeffecten en sterkte van de constructie kan per verschillen per situatie. Kortom, er zijn veel aspecten die een rol spelen in de mate van impact op de infrastructuur.

Voor de infrabeheerder is het dus van belang om de impact van deze aspecten op de constructieve veiligheid en de beheer- en onderhoudskosten op onderbouwde wijze te beschouwen. Zo kan inzicht gegeven worden in de gevolgen op het bied van kosten, doorstroming en duurzaamheid.

Samen zoeken naar oplossingen

Met een goede weginfrastructuur wordt een bijdrage geleverd aan een efficiënte transportsector. Nieuwe transportconcepten zoals de SEC bieden potentiele voordelen en die moeten waar mogelijk benut zien te worden. Tegelijk roepen nieuwe transportconcepten ook vragen op met betrekking tot hun impact op de infrastructuur, omdat zij mogelijk een grotere impact hebben dan andere voertuigen. Zorgen deze concepten niet onbedoeld voor meer schade, veroudering en daarmee voor een snellere afschrijving van de infrastructuur? Of zijn er ook gunstige effecten te verwachten? Wat zou invoering van deze transportconcepten betekenen voor de COuitstoot van de infrasector?

Dit is niet alleen een belangrijke vraag voor infrastructuurbeheerders, maar ook voor de transportsector zelf. Immers is het ook in hun belang dat nieuwe voertuigconcepten uiteindelijk toegelaten kunnen worden op de openbare weg. Dit zijn afwegingen die partijen en sectoren overtuigen, en het beste gezamenlijk opgepakt kunnen worden.

Het is daarmee van belang om gezamenlijk te zoeken naar oplossingen. Hoe kan de transportsector de infrastructuur-beheerder helpen, en andersom?

In CATALYST willen we met belanghebbenden onderzoeken welke consequenties en kansen nieuwe voertuigconcepten zoals de SEC bieden voor de fysieke infrastructuur. Welke risico’s zijn er? Welke consequenties kan dit hebben voor de ontwikkeling en invoer van nieuwe concepten? Welke kansen liggen er?

En bovenal op welke manier kunnen infrastructuurbeheerders en de transportsector elkaar helpen in het benutten van deze kansen,  met als gevolg wederzijdse voordelen?! In CATALYST worden hierover bijenkomsten georganiseerd waarin verschillende partijen met elkaar in gesprek kunnen gaan om elkaars werelden beter te begrijpen, en samen oplossingen te vinden.

Interesse om bij te dragen aan deze dialoog? Neem contact op met Joep Paulissen (joep.paulissen@tno.nl), dan betrekken we je bij de activiteiten die we hiervoor in CATALYST gaan organiseren.

Opmerkingen (er zijn nog geen reacties)

/**whitelisting script Active Campaign**/