Bezig met laden...

Hebben we wel een miljoen woningen nodig? | DMI-ecosysteem

home "»" Community's "»" DMI-ecosysteem "»" artikelen "»" Hebben we wel een miljoen woningen nodig?
DMI-ecosysteem

Verlaat Community:

Weet je zeker dat je je lidmaatschap wilt verwijderen van

Word lid van deze Community:

Lid worden van deze community?

Navigatie-item bewerken

Vereist De naam die in de navigatie van de Community verschijnt.
Vereist
Vereist
Vereist De url kan verwijzen naar een interne of externe webpagina.
 
Login als je wilt volgen, delen of deelnemen in deze Community.
Nog geen lid?Registreer je Nu
Hebben we wel een miljoen woningen nodig?

Hebben we wel een miljoen woningen nodig?

 /5
0 (0stemmen)

Rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving Wouter Veldhuis betwijfelt of er wel één miljoen woningen moeten worden gebouwd en noemt de renovatie-uitdaging van zeven miljoen woningen groter. Hij wijst de constateringen van de bouwlobby dat we een derde deel van de benodigde betaalbare woningen in de groene ruimtes moeten bouwen pertinent af. ‘Eengezinswoningen in het groen, daar hebben we er genoeg van’, zegt hij. ‘Bouw meer voor senioren en starters, dan komt de noodzakelijke verhuisbeweging op gang.’

Dit is een samenvatting van een artikel dat eerder verschenen in NGinfra 3 en ROm 10, oktober 2021.

Alle politieke partijen hadden het in hun programma staan: er moeten één miljoen woningen komen. Sommigen noemden daar al een tijdstip bij: uiterlijk 2030. Veldhuis is verbaasd: ‘Dat getal is niet gebaseerd op een goed onderbouwd onderzoek. Dus of het er nu één miljoen, driehonderdduizend of zeshonderdduizend moeten zijn, dat weten we eigenlijk niet. Ik zie het eerder als een oproep: van meerdere kanten is er de behoefte de urgentie te duiden. Met die urgentie ben ik het eens. Maar mijn stelling is dat we beter moeten nadenken – een visie moeten hebben – op de woningbouw voor de komende honderd jaar. Waar hebben we, gezien de demografische ontwikkeling en de bestaande bouw, behoefte aan?’



Rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving Wouter Veldhuis

In het rapport Ruimtelijke ordening en bouwlocaties constateert het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) dat tot 2030 zeshonderdduizend woningen in de plancapaciteitspijplijn zitten in de zeven provincies met de hoogste druk op de woningmarkt. Het gros van die woningen wordt binnenstedelijk gebouwd. Locaties voor de resterende drie- tot vierhonderdduizend te bouwen betaalbare woningen staan nog niet vast maar zijn volgens de bouwers te vinden in de groene ruimtes rondom de steden, waar ook goede mogelijkheden liggen om de woningbouw mooi en verantwoord te integreren in de omgeving.

Veldhuis benadrukt dat één miljoen woningen bouwen voor 2030 sowieso onhaalbaar is. ‘Dat heeft het verleden bewezen. Ongeacht of de bouwlocatie zich in het weiland of de stad bevindt, krijgt de eerste huurder of koper de sleutel van woningen waar nu de planvorming voor start pas omstreeks 2030 overhandigd. Of een locatie snel of langzaam is, hangt niet af van weiland of stad, maar van procedures en welwillende medewerking van stad en regio.’ Het EIB vertrekt vanuit een verkeerd startpunt vindt de Rijksbouwmeester: de woningbehoefte die op dit moment leeft, met ijkdatum 2020. Hij kijkt liever wat nodig is in de toekomst.

"Statistisch gezien hebben we ruim voldoende eengezinswoningen in Nederland."

‘We hebben geen eengezinswoningen in buitenwijken nodig. Van onze voorraad bestaat al voor 65 procent uit een eengezinswoning in een buitenwijk. Slechts een derde van de huishoudens bestaat uit een gezin. Een groot deel van onze huidige woningvoorraad wordt bewoond door eenpersoonshuishoudens en dat zal de komende decennia steeds meer worden. Dus statistisch gezien hebben we ruim voldoende eengezinswoningen in Nederland. Eigenlijk is het een verdelingsvraagstuk. In Nederland kennen we geen instrumenten voor herverdeling en je kunt bewoners niet hun huis uit jagen. En dat hoeft ook niet.’



Veldhuis is ervan overtuigd dat het probleem zich vanzelf oplost. ‘Door de demografie. Nederlanders komen in een andere levensfase. Senioren verlaten de komende tien tot vijftien jaar de gezinswoningen, voornamelijk in wijken die in de jaren zeventig en tachtig zijn gebouwd. Daardoor komen gezinswoningen vrij. De twee groepen die de komende decennia vooral behoefte hebben aan nieuwe woonruimte zijn senioren en starters. Beiden vinden dat woningen best kleiner mogen zijn als ze maar op plaatsen met voorzieningen staan. Zodanig dat de stad je huiskamer is, met huisarts, theater, universiteit, restaurant en winkel om de hoek.'

"We kunnen de energiehoofdstructuur inzetten om vanuit de Rijksoverheid de ruimte beter te ordenen."

Veldhuis zegt dat het College van Rijksadviseurs een visie mist op hoe Nederland moet worden. Er ligt wel een Nationale Omgevingsvisie, maar die laat nog heel veel open. ‘Met de energiehoofdstructuur veranderen we bijvoorbeeld het casco van Nederland, terwijl we eigenlijk nog geen idee hebben hoe Nederland eruit moet komen te zien. Ik zie die visie wel bij water. Het Deltaprogramma is gebaseerd op een visie op de lange termijn, net als het programma Ruimte voor de Rivier. Daar kunnen we veel van leren. Met energienetwerken reageren we nog ad hoc op energieproductielocaties en grote verbruikers, zoals een datacenter. Dat datacenter is er gekomen omdat regionale of lokale bestuurders dat graag wilden of de grond goedkoop was. Maar we moeten echt andersom beginnen met het denken. We kunnen de energiehoofdstructuur inzetten om vanuit de Rijksoverheid de ruimte beter te ordenen, ook in internationaal perspectief. Het kan sturend zijn voor de keuzes waar wij grote windmolenparken realiseren en clusters van datacenters toestaan.’

De regio en het Rijk

Veldhuis zegt vertrouwen te hebben in de regio. ‘Daar lossen ze al heel veel op. Toch zie je vanuit de regio’s hulpvragen aan het adres van het Rijk. ‘We willen keuzes om regionaal stappen te kunnen zetten’, roepen ze eigenlijk. Om een voorbeeld te geven. Noord-, Zuid-, Oost- en West-Nederland komen allemaal naar het Rijk met plannen voor een hsl. Het kan niet zo zijn dat er vier hogesnelheidslijnen naar Duitsland gaan vanuit Nederland. We moeten dat logisch zien te bundelen en daarbij het gesprek aangaan met onze Duitse buren. Wat is het slimste aan beide zijden?’


Bouwen in landelijke gebieden.

Het Rijk moet hier dus echt meer regie nemen, vindt de Rijksadviseur. Of er een nieuw ministerie moet komen, laat hij over aan de bestuurskundigen. ‘Het is vooral belangrijk dat er een minister komt die op dit gebied verantwoordelijk is en middelen ter beschikking heeft om partijen bij elkaar te krijgen in ruimtelijke projecten. En ja, regie is gewenst, maar altijd in overleg met regio’s en steden. Op een aantal onderdelen is het Rijk systeemverantwoordelijk. Denk aan de nationale infrastructuur. Daar moet het Rijk ook de regie nemen om bovenregionale dossieropgaven te trekken. Maar op het gebied van de woningbouw kan het Rijk volstaan met het sturen op hoofdlijnen en vooral middelen en instrumenten beschikbaar stellen

Bron:  NGInfra3 

Opmerkingen (er zijn nog geen reacties)