Bezig met laden...

Nieuwe golf industriële woningbouw | Dutch Mobility Innovations | DMI

home "»" Community's "»" Dutch Mobility Innovations "»" artikelen "»" Nieuwe golf industriële woningbouw
Dutch Mobility Innovations

Verlaat Community:

Weet je zeker dat je je lidmaatschap wilt verwijderen van

Word lid van deze Community:

Lid worden van deze community?

Navigatie-item bewerken

Vereist De naam die in de navigatie van de Community verschijnt.
Vereist
Vereist
Vereist De url kan verwijzen naar een interne of externe webpagina.
 
Login als je wilt volgen, delen of deelnemen in deze Community.
Nog geen lid?Registreer je Nu
Nieuwe golf industriële woningbouw

Nieuwe golf industriële woningbouw

 /5
0 (0stemmen)

Er lijkt een nieuwe golf van industriële woningbouw nodig om de woningnood te verlichten. Hoe moet de sector dat aanpakken? Cobouw-journalist Marc Doodeman en oud-voorzitter van het Netwerk Conceptueel Bouwen Pieter Huijbregts gaan in een serie artikelen op zoek naar antwoorden bij toeleveranciers, hoofdaannemers en andere spelers in de bouwketen.

Gert van Vugt was in 2014 zijn bedrijf Sustainer Homes begonnen als een idealistisch clubje mensen dat de bouw wilde verduurzamen en dacht daar een jaar of twee nodig voor te hebben. Het duurde iets langer. Sustainer, zoals het bedrijf inmiddels heet, maakt een digitale tweeling van een fysiek bouwsysteem. Het doel: “Daarmee kun je sneller ontwikkelen, een beter ontwerp maken en vooral sneller industrieel een woning maken zonder dat het eenheidsworst wordt”, zegt hij. 

Bouwconcern TBI werkt sinds vorig jaar met het systeem. In een assemblagehal in het Gelderse Wehl worden met behulp van de digitale tweelingen (BIM-modellen met een extreem hoog detailniveau) houten woningen gemaakt. De eerste grondgebonden huizen worden al bewoond en de eerste gestapelde woningen staan al op stapel. In Almere worden bijvoorbeeld 103 modulaire woningen gebouwd voor woningcorporatie De Alliantie. Fabriekswoningen saai? Nee hoor. Architectenbureau Arons en Gelauff wil de rechthoekige modules in een speels driehoekig blok plaatsen.

Superwapen

Andere houtbouwers zijn ook welkom om met de “digitale ruggengraat” van Sustainer industrialisatie digitaal handen en voeten te geven. Bij Van Wijnen polste Van Vugt een paar jaar geleden mogelijke belangstelling. Maar het bedrijf bouwt in Heerenveen haar eigen systeem. En bovendien maakt het huizen van beton. Hout zit er voorlopig niet in. 

Van dat laatste schrok Van Vugt. Want hij wil met zijn bedrijf toch echt biobased bouwen een “oneerlijk voordeel” geven. “Want houtbouw staat met 1-0 achter.” Het systeem van Sustainer, een zelfgebouwplugin op ontwerpsoftware Rhino, is een “soort superwapen”, vindt Van Vugt. Dat moet niet gebruikt worden om bouwen met staal en beton goedkoper te maken. Daarvoor is hij met zijn Utrechtse clubje van twintig mensen niet op de wereld.

Harvey Otten, architect en volgens hemzelf een “kritische volger van industrialisatie”, ziet de voordelen wel van het werken met digitale tweelingen om industrialisatie een handje te helpen. “De bouw komt handen tekort. Bovendien is het vak van bouwvakker nu voor jongeren geen aantrekkelijk beroep. Ik kan me voorstellen dat je op de bouw tot assemblage overgaat.”

Ondergeschoven kind

Maar de gevaren van industrialisatie zijn volgens hem levensgroot. “Ik zie dat vaak vergeten wordt voor wie het gemaakt wordt”. Otten was een van de adviseurs die de Noord-Hollandse corporaties van NH Bouwstroom dit jaar hielp bij de selectie van makers van fabriekswoningen. Daar zag hij dat veel woningmakers door de mand vielen omdat het “ontwerp een ondergeschoven kind” was. 


Gert van Vugt (midden) bij de Cobouw-podcast Doorzagen over flexwoningen.

“De ontwerpen waren bijvoorbeeld niet toegesneden op de locatie. Bij een rijtje huizen zou je bijvoorbeeld wel een keer een deur op de kop willen hebben. ‘Sorry, dat kan niet’, hoorden we dan. Hoe suf is dat?” Je moet als woningmaker een systeem hebben waar ook andere ontwerpers mee aan de slag kunnen, vindt hij. Want anders kom je als maker van fabriekswoningen niet ver. “Het belang van de architect wordt onderschat. Die moet erop toezien dat er aan het eind een goede woning staat.” 

Is industrieel bouwen wel in het belang van de klant? Van Vugt denkt van wel. “Wij gebruiken een soort Legoblokken. Die hebben we nu in bijna tweehonderd maten. Met dezelfde afmetingen blokken kun je andere gebouwen maken. Om een voorbeeld te geven: de verbinding van die balken met de kolommen is altijd hetzelfde. Het maakt voor degene in de assemblagehal niets uit of die balk nu één meter of zes meter lang is, want hij moet op exact dezelfde manier worden gemonteerd. Zo krijg je standaardisatie en repetitie in je proces, maar niet in je producten.” 

Monnikenwerk

De praktijk is soms iets weerbarstiger. Het is volgens Van Vugt monnikenwerk om de hele keten met dezelfde standaarden te laten werken. “Bij traditionele bouw is er niemand die over de gehele keten dat kan gaan dicteren. Hoe bijvoorbeeld een dakbalk bevestigd wordt op een kolom. Of hoe het hijsdetail van de module aan het dak vastzit. De halffabricaten komen van verschillende toeleveranciers. Dat maakt het extreem lastig. Wij proberen juist die afstemming en integratie vanuit één plek – de assemblagehal – aan te jagen.” 

Volgens Van Vugt doen leveranciers van halffabrikaten wel “hun best” om hun producten aan te sluiten op andere producten. Maar als de aansluitingen suboptimaal zijn, leidt dat bijvoorbeeld tot te veel materiaalgebruik. “Er is een efficiëntere manier om te ontwerpen”, vindt Van Vugt. “Het is onhandig om een gebouw te ontwerpen waar altijd een balkon aan zou moet kunnen hangen.” 


Harvey Otten, bij zijn optopproject in Amsterdam Oost: Foto: Eran Oppenheimer 

“En als je dan over zestig jaar wel een balkon wilt plaatsen?”, plaagt Otten. Van Vugt vindt daar rekening mee houden te ver gaan. Een uitbouw of dakkapel kan wel. De houten woningen die gekloond zijn naar hun digitale evenbeeld kunnen wat dat betreft prima “interfacen” met conventionele bouwmethodes.

Modulematen

Met de digitale Legostenen van Sustainer kan al bijna alles gemaakt worden, zegt Van Vugt. Voor een klant, of het nu een corporatie is of een ontwikkelaar, maakt het eigenlijk niet uit wat er binnen in een wand gebeurt of hoe de constructie is opgebouwd. Die heeft een woonmatje, en dat woonmatje moet passen. Vorig jaar had Sustainer Homes nog maar twee modulematen, inmiddels zijn dat er 171. “Eigenlijk kun je alle maten krijgen.”

Toch voelt het voor de architect nog niet helemaal als een traditioneel ontwerpproces. Dat wil Van Vugt over vijf jaar wel voor elkaar hebben. “Dat architecten en ontwikkelaars gewoon bedenken wat ze willen. En dat ze dat kunnen invullen met alleen maar componenten en dingen die we industrieel kunnen produceren. Nu zitten we op 80 procent.”

Het overgrote deel van de woningbouwopgave kan straks met ontwerpsystemen industrieel geproduceerd worden, is de overtuiging van Van Vugt. Hij denkt dat hij met Sustainer een fors deel van de markt kan bedienen. Van de 70.000 nieuwbouwwoningen die er jaarlijks gebouwd worden, is het streven zo’n 10 procent over zijn platform te laten lopen. Een platform dat zich richt op huizen van laminated veneer lumber (LVL). Vergelijkbare digitale (casco)-systemen zullen er ook komen voor CLT, beton, houtskeletbouw, betonnen tunnels en kalkzandsteen. Alle cascosystemen en hun systemen met digitale evenbeelden zullen streven naar standaardisatie van onderdelen en aansluitingen, verwacht hij. 

Consolidatie

BAM en Van Wijnen maken nu hun eigen systemen. Van Vugt verwacht op den duur een consolidatieslag, waarna er drie tot vijf grotere partijen overblijven. Vergelijk het met Android, Apple, Windows en Linux in de sofwarewereld.

"Veel meer dan 15.000 modulaire woningen per jaar is een utopie."

Al hoopt hij dat architecten straks bij de vleet woningen op zijn platform ontwerpen en engineeren, open source wil hij zijn ontwerpplatform niet maken. Architecten met wensen die niet in de bibliotheek te vinden zijn, zoals een gevelafwerking, kunnen aankloppen en dan voert Sustainer het in het systeem in. Maar om architecten zelf de bibliotheek te laten aanvullen, lijkt Van Vugt niet verstandig. “Er moet een eigenaar zijn die wil investeren in het systeem. Je wilt niet dat een gebouw instort of in brand vliegt.” Er moet een beheerder van de bibliotheek zijn.

Otten verwacht niet dat met de digitale cascosystemen binnen afzienbare tijd alles te bouwen is. De meerderheid van de woningen zal volgens hem binnenstedelijk gerealiseerd moeten worden, op locaties waar de standaardmodules niet in te passen zijn. Van de nieuwbouwwoningen die er wel geschikt voor zijn zal een deel door assemblage, een deel modulair en een deel traditioneel gebouwd worden. Veel meer dan 15.000 modulaire woningen per jaar is een utopie, denkt hij.

3D-modules

Toch zien Otten en Van Vugt het wel steeds meer de kant opgaan dat het traditionele werk op de bouwplaats steeds meer verdwijnt en assemblage van industrieel geproduceerde componenten daarvoor in de plaats komt. Van Vugt: “De componenten worden steeds verder afgewerkt in de fabriek. En het assembleren op de bouwplaats wordt steeds eenvoudiger.” 

Van Vugt denkt dat 3D-modules voor de woningbouw een grotere vlucht gaan nemen dan 2D-onderdelen. “Omdat je dan allerlei afwerkingen en installatietechniek kunt doen in gecontroleerde omstandigheden. Hoe meer je werkt in gecontroleerde omstandigheden, hoe meer je kunt gaan repeteren en hoe meer schaalvoordelen je kunt gaan behalen en en hoe minder veiligheidsrisico’s je hebt op de bouwplaats.”

Dat assembleren in een hal vergt geen investeringen van 50 miljoen euro, die je terug moet verdienen. Van Vugt: “In de assemblagehal heb je zelfs niet eens machines. Daardoor is er veel meer flexibiliteit om mee te ademen met de vraag en hoef je niet zo krampachtig op je vulling van je fabriek te sturen.” 

Raak

Otten denkt dat de fabriekswoningen van bijvoorbeeld Van Wijnen de komende jaren “vast een beperkte markt” bedienen. “Maar het is wel een woning voor de gemiddelde mens. En niemand is die gemiddelde mens. Dus eigenlijk zijn ze die woning voor een abstractie aan het maken.” 

Van Vugt denkt net als Otten dat de houdbaarheidsdatum van dit soort fabrieken minder ver weg ligt dan de grote bouwers die ze begonnen, zelf denken. “Zelfs als Van Wijnen nu raak schiet, is het over tien jaar niet meer raak. Mijn lezing van de geschiedenis van de woningbouwfabriek is dat het even goed gaat en daarna, bij de eerste afwijkende klantwens of crisis, de fabriek omvalt.” 

"Mijn lezing van de geschiedenis van de woningbouwfabriek is dat het even goed gaat en daarna, bij de eerste afwijkende klantwens of crisis, de fabriek omvalt."

Daarom heeft Van Vugt liever geen lean manufacturing met grootschalige productie, maar quick response management. “Je moet in staat zijn heel snel te kunnen switchen in wat je maakt. Cruciaal daarbij is het digitale model.”

Tunnelbouw

Otten: “De meest succesvolle oplossing voor industrieel bouwen was verrassend genoeg de tunnelkist. Voor de industriële bouwers lijkt het me een uitdaging een duurzaam alternatief voor die tunnelkist te verzinnen. De kracht zat niet in het casco, maar wel wat je eromheen mee kan. Daarom is tunnelbouw veel langer meegegaan dan andere systemen. Dat is mijn waarschuwing. Als je die flexibiliteit met je fabriekswoningen niet opzoekt, dan gaat het doodbloeden.”

Bron: Cobouw

Opmerkingen (er zijn nog geen reacties)